Schriftelijke vragen stand van zaken taaleis

letters-5570355_1920.jpg

Door Sanne van de Kamp op 18-05-2022

De Zwolse VVD vraagt al jarenlang aandacht voor de taaleis in de bijstand. Taalbeheersing is een cruciale voorwaarde om snel uit de bijstand en aan het werk te kunnen komen en het is daarom ook zo mooi dat de wetgever dit hulpmiddel in de Participatiewet verankerd heeft. Dat de taaltoets sinds 2016 pas 27 keer is toegepast verbaast ons daarom zeer, mede gelet op cijfers over laaggeletterdheid in Zwolle. De wethouder schrijft in de nota dat veel mensen zijn toegeleid tot taalondersteuning en dat is goed, maar uit de nota komt onvoldoende naar voren hoe groot het probleem daadwerkelijk is en of we dus wel genoeg doen. Daarom heeft Monique hier schriftelijke vragen over ingediend. Lees hieronder alle ingediende schriftelijke vragen. 
 

  • Is het college het met de VVD eens dat beheersing van de Nederlandse taal een cruciale voorwaarde is om mee te kunnen doen in de samenleving, aan het werk en uit de bijstand te komen?
  • Kan het college toelichten waarom de taaltoets sinds 2016 pas 27 keer is toegepast?
  • Beheersen die 27 mensen inmiddels in voldoende mate de Nederlandse taal? Met andere woorden: hoe succesvol is de taaltoets en daaropvolgende begeleiding?
  • In 2016 is het volledige bijstandsbestand gescreend op taalniveau. Hoeveel mensen zijn sindsdien door de daaropvolgende taalondersteuning uit de bijstand gestroomd?
  • Hoeveel mensen die nu een bijstandsuitkering ontvangen beheersen de Nederlandse taal onvoldoende?
  • Bij het toetsen van de taalvaardigheid wordt in de meeste gevallen besloten dat geen taaltoets nodig is, maar wordt de aanvrager toch toegeleid naar taalondersteuning. Hoe wordt die afweging gemaakt?
  • Het overleggen van een Curriculum Vitae (CV) leidt volgens het college tot de conclusie dat de taalbeheersing voldoende is. Worden de CV’s gecontroleerd op inhoud en wordt er daarbij ook gekeken naar specifieke werkervaring?
  • Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna: het ministerie) heeft in 2019 aangekondigd Gemeenten te controleren op toepassing van de taaleis. Hoe wordt er aan de ministerie gerapporteerd en heeft een dergelijke controle van het ministerie al plaatsgevonden?
  • Welk beeld komt uit de controles (als bedoeld in vraag 8) naar voren in vergelijking met andere gemeenten?
  • Heeft het college goed in beeld hoeveel mensen in de bijstand de Nederlandse taal onvoldoende beheersen om te kunnen werken? Zo ja, hoe ziet dat beeld eruit? Zo nee, hoe komt dat?
  • Waarom is gekozen voor een aantal van 500 mensen om ‘perspectiefgesprekken’ mee te voeren? Wordt bij deze mensen ook de taalmeter afgenomen?
  • Kan het college uitleggen waarom zij verwacht dat een grote groep van deze 500 mensen laaggeletterd zal zijn, terwijl de taaleis sinds 2016 in de Participatiewet staat?
  • Is het college bereid om net als in 2016 opnieuw alle bijstandsgerechtigden op te roepen voor een ‘perspectiefgesprek’ of ander gesprek waarin gekeken wordt wat nodig is om iemand zo snel mogelijk aan een betaalde baan te helpen?
  • In de afgelopen 1,5 jaar is het afnemen van de taalmeter bemoeilijkt. Worden de mensen die in die periode een bijstandsuitkering hebben aangevraagd alsnog getoetst op taalniveau en waar nodig toegeleid tot taalondersteuning?
  • Hoe worden eventueel toekomstige werkgevers betrokken bij de taalondersteuning van mogelijk toekomstige werknemers?